Dierexperimenteel onderzoek:

Jaarverslag 2023

De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) voeren dierproeven uit voor onderzoek en onderwijs, omdat sommige belangrijke en relevante vragen niet te beantwoorden zijn zonder proefdieren.

We zijn daar open over en laten op deze website graag zien hoe we dierstudies doen en welke afwegingen we daarbij maken. Hiermee dragen we bij aan een maatschappelijke discussie over dierproeven waarin iedereen een weloverwogen mening kan vormen.

Nederlandse Transparantieovereenkomst Dierproeven

Het belang van goede en transparante communicatie over proefdieronderzoek wordt steeds breder onderschreven. De Rijksuniversiteit Groningen is een van de vijftien organisaties in Nederland de die Nederlandse Transparantieovereenkomst Dierproeven hebben ondertekend. Het doel van de Transparantieovereenkomst is het creëren van een opener en transparanter klimaat rondom dierproeven. De groep ondertekenaars bestaat uit universiteiten, universitaire medische centra, wetenschappelijke instituten, bedrijven en verenigingen die allen betrokken zijn bij dierproeven.

De ondergetekenden zijn: Amsterdam UMC, Biomedical Primate Research Centre, Charles River Laboratories Den Bosch B.V., Envigo RMS B.V., Erasmus Universitair Medisch Centrum, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Leiden Universiteit, Nederlands Kanker Instituut, Radboudumc, Radboud Universiteit, Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Maastricht, Vereniging Sportvisserij Nederland, Vrije Universiteit Amsterdam, Wageningen University & Research.

Transparantie

Het is wettelijk bepaald dat Nederlandse onderzoeksinstellingen informatie verstrekken over de dierproeven die ze doen, maar deze informatie is niet altijd voor iedereen toegankelijk en te begrijpen. Ondertekenaars hopen met deze overeenkomst een positieve bijdrage te leveren aan openheid rondom dierproeven.

Toezeggingen

De ondertekenaars zijn betrokken bij het uitvoeren, ondersteunen of financieren van dierproeven ten behoeve van de gezondheid van mens en dier, kwaliteit van leven en natuur en milieu. Door zich aan deze overeenkomst te verbinden doen de organisaties de volgende vier toezeggingen:

  1. We zijn duidelijk over wanneer, hoe en waarom we dieren in onderzoek gebruiken.
  2. We streven naar betere communicatie over dierproeven in Nederland met het publiek en de media.
  3. We bieden proactief mogelijkheden aan het brede publiek om kennis te maken met dierproeven en de regelgeving die daarop van toepassing is.
  4. Jaarlijks rapporteren wij onze voortgang en delen we ervaringen met elkaar.

Deze overeenkomst is opgesteld door Nederlandse onderzoekers in samenwerking met de European Animal Research Association (EARA) en Stichting Informatie Dierproeven (SID). De Nederlandse Transparantieovereenkomst Dierproeven is geïnspireerd op bestaande overeenkomsten die in België, Duitsland, Frankrijk, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk zijn opgesteld.

In 2023 hebben we ons ingespannen om de kernprincipes van de Transparantieovereenkomst na te leven. Gedurende het afgelopen jaar hebben we binnen de Centrale Dienst Proefdieren van het UMCG 29 rondleidingen georganiseerd voor meer dan 300 personen. De achtergrond van deze deelnemers was zeer divers: het betrof bijvoorbeeld UMCG-medewerkers die nader wilden kennis maken met de UMCG-proefdierfaciliteit. Daarnaast waren deelnemers bijvoorbeeld afkomstig van MBO-scholen en van de Nederlandse proefdierkundige beroepsvereniging DALAS.

 

Dierproeven in getallen

Binnen de RUG worden dierproeven uitgevoerd ten behoeve van fundamenteel en translationeel (toegepast) onderzoek alsmede voor onderwijs. Deze proeven vinden plaats in de faciliteiten bij respectievelijk het UMCG (de CDP) en FSE (de FDD) en ook vinden er proeven plaats in het vrije veld. In 2023 zijn in totaal 14.721 dierexperimenten verricht, waarbij voornamelijk gebruik werd gemaakt van muizen, ratten, vogels en vissen. In 2022 werden in totaal 14.602 dierexperimenten gedaan. In 2023 is het aantal dus zo goed als gelijk gebleven. Het aantal dierproeven fluctueert jaarlijks door beschikbare budgetten en onderzoekscapaciteit. Onderstaande figuur laat een overzicht zien van de aantallen uitgevoerde dierproeven uitgesplitst per diersoort en geeft de mogelijkheid de getallen van de laatste 5 jaar te vergelijken.

  • 10.089
    Muizen
  • 1.356
    Ratten
  • 0
    Hamsters
  • 34
    Cavia's
  • 237
    Andere knaagdieren
  • 0
    Konijnen
  • 0
    Andere vleeseters
  • 0
    Katten
  • 0
    Oude wereld-apen
  • 0
    Varkens
  • 0
    Geiten
  • 0
    Schapen
  • 0
    Kippen
  • 0
    Kwartels
  • 1.868
    Andere vogels
  • 161
    Amfibieën
  • 45
    Zebravissen
  • 922
    Overige vissen
  • 9
    Andere zoogdieren
Totaal: 14.721

Waarom dierproeven?

Gezond ouder worden (Healthy Ageing) en een duurzame samenleving (Sustainable Society) zijn kernthema’s in het beleid van het UMCG en de RUG. Veel onderzoeksprogramma’s richten zich dan ook op onderwerpen als gezonde veroudering, de ziekte van Alzheimer, diabetes en Parkinson, waarbij dierproeven soms noodzakelijk zijn. Maar ook om ecologische vraagstukken te ontrafelen, zoals het trekgedrag van vogels, zijn experimenten met dieren nodig.

Dierproeven aan de RUG / UMCG

De RUG en het UMCG streven naar (fundamenteel) onderzoek en onderwijs dat tot de wereldtop behoort. Het dierexperimenteel onderzoek dat daar voor nodig is, willen we zo goed mogelijk uitvoeren: dat betekent een optimale verzorging en borging van het welzijn van de proefdieren én het optimaal faciliteren van de proefdieronderzoekers.

Ons dierexperimenteel onderzoek vindt plaats in het UMCG (57%) en bij de Faculteit Science and Engineering van de RUG (FSE, 43%). Binnen deze organisaties is een aantal onderzoeksinstituten waar het dierexperimenteel onderzoek voornamelijk plaatsvindt.

Aan het woord: prof. dr. Bart van de Sluis

Genetisch onderzoek naar leververvetting en hart- en vaatziekten

‘In Nederland heeft meer dan vijftig procent van de bevolking overgewicht. Dat is een groot probleem, dit kan namelijk vetopstapeling in de lever veroorzaken en hierdoor de kans op hart- en vaatziekten, leverschade en leverkanker vergroten. De verhoogde kans op hart- en vaatziekten komt vooral door verhoging van verschillende soorten vetten in het bloed, zoals cholesterol en triglyceride. Ondanks het nationaal preventie-akkoord en alle voorlichtingen om overgewicht aan te pakken, zien we geen daling in het aantal mensen met overgewicht.

Wet- en regelgeving

Proefdieronderzoek is aan strikte wet- en regelgeving gebonden. Sinds 1977 is het welzijn van proefdieren in Nederland beschermd via de Wet op de dierproeven, de Wod. In aanvulling op deze wet is sinds 1985 ook het Dierproevenbesluit van kracht. Uitgangspunt van de wet is het ‘Nee, tenzij’-principe: dierproeven zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Wanneer een onderzoeker het onderzoek bijvoorbeeld ook met een computermodel of slachtmateriaal kan uitvoeren, is het verboden dieren voor het experiment te gebruiken. In 2014 is een herziene Wod in werking getreden.

Van aanvraag tot uitvoer dierproef

CCD

Deze landelijke commissie beoordeelt de aanvraag definitief en verleent, of weigert, de projectvergunning voor het experiment. De CCD publiceert niet-technische samenvattingen van verleende vergunningen op haar website.
Daarnaast is een landelijk comité, het NCad opgericht. Het brengt verbeteringen tot stand gericht op het Vervangen, Verminderen en Verfijnen (3V’s) van dierproeven en de ethische toetsing daarvan in (toegepast) wetenschappelijk onderzoek en onderwijs om daarmee het proefdiergebruik te minimaliseren, zowel nationaal als internationaal.

DEC

De RUG heeft een onpartijdige dierexperimentencommissie die proefdiergebruik beoordeelt in opdracht van de CCD. Bij haar afweging gebruikt de DEC-RUG standpunten en richtlijnen die zijn opgesteld door de CCD. Daarbij hanteert de DEC-RUG ook de algemeen geldende standpunten uit de Code of Practice over diverse onderwerpen. In de DEC-RUG zitten deskundigen op het gebied van (bescherming van) proefdieren, dierproeven, alternatieven voor dierproeven en ethische toetsing.
De DEC toetst elk onderzoeksvoorstel aan de bestaande wet- en regelgeving. Ook weegt ze het belang van het dierexperiment af tegen het ongerief dat de proefdieren ondervinden.
De intrinsieke waarde van elk dier staat centraal bij de afweging of een dierproef ethisch acceptabel is of niet. Dat neemt niet weg dat ook andere overwegingen een rol spelen, zoals psychologische complexiteit van een dier (denk aan apen). Of de maatschappelijke status die aan een diersoort wordt toegekend, gebaseerd op factoren als sociale verbondenheid (hond en kat), historische waarde (landbouwhuisdieren) en maatschappelijke relatie (zeehond).
Voor proeven met apen zijn bij de RUG en het UMCG geen faciliteiten; over proeven met apen heeft de RUG een apart standpunt opgesteld.

IvD

Een belangrijke verandering in de herziene Wod is dat instellingen kennis over dierenwelzijn bundelen in een ‘Instantie voor Dierenwelzijn’. De IvD behandelt een onderzoeksproject, na goedkeuring door de DEC en CCD, op dierenwelzijnsaspecten en zorgt ervoor dat het project goed uitgevoerd kan worden. Verder adviseert zij de onderzoeker over toepassing van de 3V’s en houdt toezicht op de voorbereiding van het onderzoek en de vaardigheid en scholing van de uitvoerders.
In de IvD zit een aangewezen dierenarts, de locatiebeheerder van de dierfaciliteit, een wetenschapper en indien gewenst een externe deskundige, zoals bijvoorbeeld een stralingsdeskundige of een biologische veiligheidsfunctionaris.

In de Wet op de dierproeven staan in artikel 14C. de taken van een Instantie voor Dierenwelzijn beschreven in vijf punten (14c.1a tot en met 1e). Lid 1c van het wetsartikel meldt dat de IvD “zorgt voor de vaststelling en toetsing van bedrijfsinterne procedures inzake controle, rapportage en vervolg met betrekking tot het welzijn van de in de inrichting gehuisveste dieren”. Vrij vertaald geeft het artikel aan dat de IvD organiseert dat het welzijn van de proefdieren geborgd is en wordt vastgelegd.

De IvD’s van de RUG checken bij elk IvD-protocol of de dierstudie uitgevoerd zal worden met dieren die in het wild worden gevangen. Als dit zo is, controleert de IvD of de benodigde Flora- en Fauna ontheffing aanwezig is. Dit bedrijfsinterne proces zal onveranderd gehanteerd blijven worden.

IvD platform

De beide IvD’s van de RUG zijn aangesloten bij het landelijk IvD-platform. IvD-Groningen is goed vertegenwoordigd binnen het IvD-Platform. We zijn niet alleen in verschillende werkgroepen actief (Werkgroepen Antibiotica en Fok Coördinatoren), er is ook 1 vast commissie lid binnen het Platform. Het IvD-platform is onderdeel van DALAS en vertegenwoordigt meer dan 90% van alle IvD’s in Nederland.

Naast het maandelijkse reguliere overleg heeft het IvD-Platform contacten met de verschillende overheidsorganisaties zoals de CCD, de NCad, LNV en de NVWA. Het doel van het afgelopen jaar was om minimaal eenmaal per jaar met de verschillende overheidsorganisaties om de tafel te zitten om punten te bespreken die speelden op de werkvloer, dit is gerealiseerd.

Naast gesprekspartner met de verschillende overheidsorganisaties, wil het IvD–Platform ook zorg dragen voor het delen van kennis tussen de IvD’s. Binnen het IvD-platform zijn 8 werkgroepen actief: Experimental Design & Statistical Analysis, Fok-coördinatoren, Intercollegiale Audit, Individuele Huisvesting, Criteria Art.9, Antibioticabeleid, Ongeriefinschatting en Registratieboekje. Output van deze werkgroepen wordt gedeeld met de IvD’s. 

Dit jaar heeft het IvD platform in samenwerking met de NCad 1x het “Harry Blom beraad” georganiseerd. Doel van dit beraad is om dilemma’s in de huidige onderzoekspraktijk vanuit verschillende gezichtspunten te belichten. Het onderwerp was dit keer ‘Het voorkomen van ernstig ongerief’. Hierover gaven meerdere deskundigen hun onderzoeksbevindingen en visie.

Zelf heeft het IvD-Platform in samenwerking met de werkgroep Fok-coördinatoren een middag georganiseerd voor IvD’s met als thema: ‘Het verminderen van fokoverschot’.

Aan het woord: dr. Judith Paridaen

Onderzoekt genetische kenmerken die de keuzes van stamcellen bepalen

‘Stamcellen maken voortdurend keuzes. Stamcellen zijn ongedifferentieerde cellen, waaruit na deling verschillende gespecialiseerde celtypen ontstaan. De keuzes die stamcellen maken vóór en tijdens de celdeling zijn belangrijk voor het produceren van het benodigde aantal uitgerijpte dochtercellen, maar ook voor het zelfbehoud van stamcellen.

Einde van de proef

Adoptie

Volgens de herziene Wet op de dierproeven geeft de IvD advies over adoptieregelingen, met inbegrip van advies betreffende passende socialisatie van de voor adoptie vrij te geven dieren. De vergunninghouder is van mening dat het niet in het belang van de proefdieren en particulieren is om de proefdieren te laten adopteren. Een uitzondering hierop zijn dieren die bij de RUG onder semi-natuurlijke omstandigheden gehouden worden o.a. vogels en vissen. Deze dieren kunnen door particulieren overgenomen worden. De vergunninghouder staat niet toe dat dergelijke dieren verhandeld worden. In 2023 werden 17 Bankiva kippen, 16 Brandganzen en 24 Rijstvogels geadopteerd, 76 Kokmeeuwen werden vrijgelaten in de natuur.

Dierproeven doelen

Veruit de meeste dierproeven hebben onderzoekers uitgevoerd om een wetenschappelijke vraag te beantwoorden. De figuur hieronder geeft aan waarover deze vragen gingen. Naast het beantwoorden van wetenschappelijke vragen, zijn ook dierproeven gedaan voor onderwijs en training, bijvoorbeeld om studenten en biotechnici op te leiden.

Tabel Zodoende

RuG 10500 Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek Toegepast en omzettingsgericht onderzoek tbv de Mens Bescherming van diersoorten Onderwijs Fok met ongerief, niet gebruikt in dierproef Totaal
Muizen 7.283 1.100 155 1.551 10.089
Ratten 1.177 12 167 1.356
Cavia’s 34 34
Andere knaagdieren 237 237
Andere zoogdieren
9 9
Andere vogels 1.868 1.868
Klauwkikkers
161 161
Zebravissen 45 45
Andere vissen 237 652 889
Zeebaars
(-achtigen)
33 33
Totaal 11.006 1.112 685 322 1.596 14.721

 

NB lege rijen en kolommen worden niet getoond.
De tabel bevat geen dieren die zonder voorafgaande handeling zijn gedood.

Ongerief

Proefdieren ervaren altijd een bepaalde mate van ongerief. De Nederlandse regelgeving deelt ongerief met ingang van de herziene Wod in vier categorieën in. Ongerief hoeft niet per se pijn te zijn: ook stress en angst vallen hieronder. Hieronder is weergegeven welke mate van ongerief de dierproeven in 2023 met zich meebrachten.

%

Terminale dierproeven

%

Licht ongerief

%

Matig ongerief

%

Ernstig ongerief

%

Ernstig overstijgend ongerief

Fokefficiëntie

De RUG en het UMCG fokken zelf dieren, vooral (transgene) muizen en ratten. Niet alle gefokte dieren komen in een experiment terecht. Deze dieren noemen we ‘surplusdieren’ of ‘fokoverschot’.

Vervanging, Vermindering en Verfijning

Bij onderzoek en onderwijs met proefdieren aan de RUG en het UMCG staan de 3V’s centraal: vervanging en vermindering van proefdieren en verfijning van de dierproeven. Concreet betekent dit dat we zo min mogelijk proefdieren gebruiken en waar mogelijk proefdiervrij werken. Het ongerief voor de proefdieren beperken we zo veel als mogelijk. De Instantie voor Dierenwelzijn (IvD) helpt de onderzoekers om dit in de praktijk te brengen.

Vervanging

Een onderzoeker mag een dierproef alleen uitvoeren als het niet anders kan. Waar mogelijk voeren we onderzoek en onderwijs uit met dierproefalternatieven zoals ongewervelden, cellen, weefsels, computersimulaties, videotraining of slachthuismateriaal.

Vermindering

Bij een dierexperiment zetten we in op het verminderen van het aantal benodigde dieren: een opzet met zo min mogelijk proefdieren, die nog wel betrouwbare resultaten oplevert. Bijvoorbeeld door te kiezen voor standaardstammen waardoor de onderzoeksresultaten beter vergelijkbaar zijn of door onderzoekers eerst een pilotonderzoek te laten uitvoeren.

Soms kunnen proefdieren na het oorspronkelijke experiment opnieuw worden gebruikt, voor een (vervolg)experiment of voor onderwijs. In 2023 ging 2,2% van de dieren een tweede maal een proef in.

Verfijning

De onderzoekers, dierverzorgers, biotechnici en proefdierdeskundigen zijn dagelijks met verfijning bezig. Optimale huisvesting en goede toepassing van experimentele technieken en anesthesie, beperken het ongerief voor de proefdieren. Sociale dieren als ratten zijn bijvoorbeeld gehuisvest in groepen, waardoor ze minder stress ervaren.

Door dierproeven te verfijnen neemt het welzijn van de dieren toe. Goed voor de dieren en voor de kwaliteit van het onderzoek.

Toepassing 3V’s in het onderwijs met proefdieren

Training

Bij de Centrale Dienst Proefdieren worden bij het gebruik van proefdieren in het onderwijs zoveel mogelijk de 3V’s toegepast. Wanneer onervaren personen voor het eerst voor een training komen wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van kunstmaterialen. Het leren hechten start met hechten op een zeemleren lap.

Organisatie en faciliteiten

Om een optimale verzorging van de dieren te garanderen en effectief onderzoek te kunnen doen, zijn twee moderne proefdierfaciliteiten ingericht: de Centrale Dienst Proefdieren in het UMCG (CDP) en de Facultaire Dienst Dierverzorging in de Linnaeusborg (FDD).
Het proefdieronderzoek aan de RUG en het UMCG vindt plaats in de vrije natuur of in één van de laboratoria met speciale proefdierfaciliteiten. We besteden de grootst mogelijke zorg aan een optimale huisvesting van de proefdieren: dit is immers de ruimte waar de dieren vrijwel hun hele leven verblijven. Huisvesting is dan ook meer dan enkel voldoen aan de wettelijke vereisten. De CDP en de FDD zijn geheel vernieuwd in respectievelijk 2009 en 2011 en behoren tot de modernste van Europa. Temperatuur, licht en luchtvochtigheid in de verblijven zijn nauwkeurig te regelen.

Inspecties door NVWA

De IvD’s van de RUG deden in 2023 een aantal bevindingen waarbij sprake was van overtreding van mn. administratieve eisen van de Wet op de Dierproeven. De vergunninghouder heeft zowel deze bevindingen als de intern genomen maatregelen aan de NVWA gemeld. Naar aanleiding van deze melding heeft de NVWA een inspectie uitgevoerd, de NVWA kon zich vinden in de interne maatregelen die zijn genomen.

Wat vindt u?

Met dit jaarverslag hebben we u laten zien hoe en waarom wij dierexperimenteel onderzoek uitvoeren. We willen graag weten wat u van deze website vindt. Wat is er goed, wat kan beter? Mist u bepaalde informatie? Hiernaast kunt u uw opmerkingen kwijt.

We kunnen niet persoonlijk antwoorden, maar nemen alle suggesties mee in ons volgende jaarverslag.

Contactformulier
Toestemming gebruik persoongegevens *

Over de Rijksuniversiteit Groningen

De Rijksuniversiteit Groningen is een mondiaal georiënteerde research universiteit, geworteld in Groningen, City of Talent. De Universiteit bevindt zich op invloedrijke ranglijsten in de top 100 en is geliefd bij studenten (30.000) en medewerkers (5250 fte) uit binnen- en buitenland. Zij worden uitgedaagd het beste uit zichzelf te halen; talent krijgt de ruimte, kwaliteit staat centraal. De universiteit werkt actief samen met maatschappelijke partners en profileert zich op de thema’s Healthy Ageing, Energy en Sustainable Society.